MEESTR · BOUW & RESTAURATIE · KENNIS
Begrippenlijst historisch metselwerk
Korte uitleg van veelgebruikte termen rond metselwerk, voegen, mortel en geveldetails.
- Baksteenmetselwerk — muurwerk waarin bakstenen met metselmortel zijn verbonden.
- Legmortel / metselspecie — mortel tussen de stenen die ze in het verband houdt.
- Voegmortel — zichtbare mortel in de voegen tussen metselstenen.
- Lintvoeg — horizontale voeg tussen steenlagen.
- Stootvoeg — verticale voeg tussen stenen in een laag.
- Knipvoeg — geprofileerde, doorgaans uitstekende voegafwerking; precieze typering kan per bron of regio verschillen.
- Snijvoeg — nauwkeurig gesneden profielvoeg; beschrijvingen van profielen kunnen variëren.
- Kalkmortel — mortel met kalk als bindmiddel; eigenschappen verschillen per kalksoort en samenstelling.
- Inboeten — plaatselijk vervangen of aanvullen van ontbrekend metselwerk met passend nieuw materiaal.
- Bouwspoor — zichtbare aanwijzing van een vroegere bouwfase, wijziging of reparatie.
- Proefvlak — klein representatief proefstuk om onder meer materiaal, kleur of afwerking te beoordelen.
Deze definities zijn een eerste leeswijzer. Voor een specifieke gevel bepalen bron, periode, context en vakbeoordeling de juiste interpretatie. Zie ook de RCE-kennisbank over voegwerk en baksteenmetselwerk.
